livre d’Or

livre d’Or

Voir les expériences des autres et partager votre propre expérience dans notre livre d’or!

Schrijf een nieuw bericht voor het Gastenboek

 
 
 
 
 
 
 
Velden gemarkeerd met * zijn verplicht.
Je E-mail adres wordt niet gepubliceerd.
Om veiligheidsredenen slaan we je ipadres 216.73.217.84 op.
Het kan zijn dat je bericht pas zichtbaar wordt nadat we het beoordeeld hebben.
We houden het recht om berichten te wijzigen, te verwijderen, of niet te publiceren.
Martien van de Poll Martien van de Poll a écrit le décembre 1, 2014 à 1:25 pm
Als eenvoudig pianospeler leer je verschillen tussen piano’s horen. Je hoort het verschil tussen een oude verwaarloosde “studiepiano” en de meer zangerige betere huiskamer piano’s, die ook helder klinken. Wil je nog meer dan koop je (als je dat financieel aan kan) een oude vleugel en in mijn geval heb ik die oude vleugel, een Blüthner, met de erfenis van mijn vader later nog omgezet in een Steinway B-vleugel van 211 cm, geen nieuwe maar toen slechts acht jaar oud.
Dat verschil van oude Blüthner naar vrij nieuwe Steinway is nog groter, je hoort en voelt dat aan alles. Mooie diepe bassen en heldere hoge tonen en een aanslag die een ongelijk aangezet akkoord direct afstraft, wat eerder niet gebeurde.
Je kunt dit de weg naar een steeds mooier instrument noemen. Maar daar blijft het niet bij.
Een vleugel en een piano hebben onderhoud nodig.
Onderhoud loopt uiteen van de periodieke stembeurten, 2 x per jaar of zoals bij mijn Steinway 3 x per jaar, tot onderhoud aan het “binnenwerk” en snaren of stem blok.

Inmiddels was er na de aanschaf van mijn 8 jaar oude instrument 30 jaar verstreken en mijn mooie vleugel klonk niet meer zo mooi. Het dynamische bereik tussen forte en pianissimo was bijna weg en als ik zacht probeerde te spelen kwam de toon soms helemaal niet meer door. Waardeloos! Er moest grondig onderhoud aan het mechaniek komen.
Eerder had ik enig onderhoud ook wel eens oppervlakkig gezien. Het binnenwerk gaat eruit, de vilten hamerkoppen worden geschuurd, hier en daar wat bijstellen en na enkele dagen alles weer op zijn plaats.

Dit keer ging het heel anders. Wim Feldhaus nam eerst bij mij thuis allerlei karakteristieken op, zoals o.a. gewicht van de toets(aanslag), de traagheid van herstel van de toets in zijn oorspronkelijke positie en wij spraken over hoe het eindresultaat eruit moest zien. Lichte aanslag, zwaardere aanslag, intonatie, boventonen enzovoort, enzovoort.

Hij zou werken volgens het “Precision Touch Design” principe, een gecertificeerde methode.
Er zouden nieuwe hamerkoppen komen (werden uiteindelijk geheel nieuwe hamers), en elke overbrenging zou opnieuw afgesteld en zo nodig vervangen worden.
Hij is er een kleine zes weken mee bezig geweest in zijn werkplaats, waar ik hem heb opgezocht om naar zijn techniek te kijken.

Daarna is Wim nog drie volle dagen thuis bij mij bezig geweest met de finishing touch.
Toen zag ik pas echt wat er allemaal bij komt kijken. Ik weet heus wel wat van techniek, maar afstellingen die soms op papierdikte gepreciseerd worden gaven een indruk van de gevoeligheid van die afstellingen. Het gaat te ver om alle details hier te noemen, maar ik was onder de indruk van de complexiteit van het mechaniek en de grote invloed van kleine aanpassingen op toucher en klank. Voor het traject begon dacht ik en met mij twee piano experts dat de laatste drie bassnaren vervangen moesten worden. Ze waren doods.
Aan het eind hoefde slechts één snaar vervangen te worden en gaf de klank zoveel heldere boventonen dat ik het gevoel had dat er een heel nieuw, ander instrument stond.

De complexiteit van de pianotechniek is niet alleen met het oog te zien, maar ook met horen en voelen verbonden. Alles werd anders. De zorgvuldige subtiel aangebrachte aanpassingen volgens de PTDAE, de “Precision Touch Academy Europe standaards”, waarvan Wim één der oprichters is, laten de expertise zien waarmee ik nu een “nieuw” instrument heb, die klinkt zoals hij nooit geklonken heeft.

Martien van de Poll
Merci de patienter...